Nike: ‘In het bos moet je bewegen’
Box 4: Precisiespelen
- 2 sets van boog en 10 pijlen met zuignap
- 2 katapulten, een roos
- Set ringwerspel incl ringen in touw
- Set petanque
Je vindt hieronder mogelijke spelen die je kan uitvoeren met het materiaal in deze box. Let op: gebruik op eigen risico (wij zijn niet verantwoordelijk voor ongevallen)
Boogschieten
Opstelling: De schietlijn ligt meestal op 5 à 10 meter van het doel voor beginners.
Beide spelers staan naast elkaar, elk op hun eigen gemarkeerde positie. Er wordt om de beurt of tegelijk geschoten, afhankelijk van niveau.
Nooit richten op mensen of dieren.
Materiaal: 2 sets van boog en een 10 pijlen met zuignap.
Spelers: maximum 2 spelers tegelijk, omwille van veiligheid
Spelregels: De beide spelers schieten de pijlen met zuignap naar de roos. We de meeste punten behaald op de roos wint het spel.
Meestal is de binnenste gele ring 10 punten en de buitenste gele 9 punten. Je telt per pijl en schrijft dit op een scoreblad per speler per ronde.
Enkel pijlen ophalen na signaal of wanneer beide schutters klaar zijn.
Schieten gebeurt nooit tegelijk in elkaars richting.
Katapultschieten
Opstelling: Afstandsmarkeringen (bijv. 3 m, 5 m, 7 m). Teken een schietlijn waarachter de spelers moeten blijven. Zorg voor een vrije zone achter de
doelen (geen toeschouwers). Laat enkel de begeleider de katapulten uitdelen en controleren.
Materiaal: Touw of lint om een veiligheidszone af te bakenen, 1 of meerdere katapulten.
Projectielen: natte sponsjes, tennisballen, zachte balletjes, of zelfgemaakte proppen papier met tape. Gebruik géén harde projectielen
Doelen: bijvoorbeeld: Emmers of bakken op verschillende afstanden, kartonnen schijven (een roos) met puntenzones, grote doeken met openingen
Spelers: 2 of meerdere spelers
Spelregels: Elke speler krijgt bv. 3 schoten. Per raak schot of per puntenzone wordt een score genoteerd. Nooit richten op mensen of dieren.
Wachten tot de begeleider “vrij” roept voor er geschoten wordt. Na elk schot blijft men achter de lijn tot de leiding de projectielen terugbrengt of vrij spel aangeeft.
Mogelijke varianten:
Tegen elkaar: twee teams schieten om beurten op hetzelfde doel, wie het eerst een bepaald aantal punten haalt, wint.
Estafettevorm: eerste speler moet raken voor de volgende mag starten
Puntenrace: verschillende doelen op verschillende afstanden → elk met een andere score
Tijdschieten: binnen 1 minuut zoveel mogelijk rake schoten.
Ringwerpen
Opstelling: Het spel kan buiten of binnen gespeeld worden, op een vlakke ondergrond. De werpstand wordt afgebakend op ± 2 à 3 meter van het doel
maar kan aangepast worden aan de leeftijd of moeilijkheidsgraad
Materiaal: Een ringwerpset bestaat uit een houten of plastic kruis met meerdere staafjes (meestal 5) die recht omhoog staan en elk een puntwaarde hebben. 4 à 6 ringen (touw,rubber of plastic), Eventueel krijt of lint om de werpstand af te bakenen. Scoreblaadje en potlood om punten bij te houden (optioneel).
Spelers: 2 of meerdere spelers
Spelregels: De spelers stellen zich achter de werplijn op. Om beurt werpen de spelers een vast aantal ringen (meestal 3 of 5) naar het doel
Punten worden toegekend op basis van waar de ring terechtkomt: Rond een paaltje: volledige puntwaarde van dat
Aanraking of gedeeltelijk rond: telt meestal niet (of halve punten, als je dat afspreekt).
Na elke beurt worden de punten opgeteld en genoteerd.
De volgende speler is aan de beurt.
Het spel gaat door tot elke speler een vooraf afgesproken aantal beurten heeft gehad (bijvoorbeeld 3 rondes).
De speler of ploeg met de hoogste totaalscore wint.
Petanque
Opstelling: Speel op een vlak, hard terrein. Bepaal een lijn waarachter spelers moeten staan om te gooien. De eerste speler gooit het kleine doelballetje
(“but”) op 6–10 meter afstand.
Materiaal: 1 but (klein balletje), petanqueballen (2 per speler).
Spelers: 2 of 3 spelers of 2 tot 3 teams van 2 spelers
Spelregels: De eerste speler gooit het kleine doelballetje (“but”) op 6–10 meter afstand. De bedoeling is je ballen zo dicht mogelijk bij de but te rollen of te werpen.
Spelers gooien om de beurt hun ballen.
Je mag ballen wegstoten of de but verplaatsen, zolang het in het spel blijft.
Wanneer alle ballen gespeeld zijn, wordt er gekeken naar de afstand tussen de petanque ballen en de but. Wie het dichtstbij heeft gegooid, wint.
