Nike: ‘In het bos moet je bewegen’

Box 3: Teamsporten

 

Materiaal in box 3

□  1 bal
□  2 pingpongballetjes en 2 paletten
□  1 voetbal, 4 kegels
□  4 frisbee, 2 tonnen of emmers
□  De rinkelbal, 2 markeerschijven of -kegels,
□  Set van 4 blinddoeken

Je vindt hieronder mogelijke spelen die je kan uitvoeren met het materiaal in deze box. Let op: gebruik op eigen risico (wij zijn niet verantwoordelijk voor
ongevallen)


Bal gooien door ring

Opstelling: speeltuin en oprit. Aan de oprit is er links van de weg een metalen ring verticaal opgespannen tussen de bomen.

Materiaal: 1 bal

Spelers: 2 groepen van 2 of meer spelers, verdeeld langs beide kanten van de ring.

Spelregels: de spelers gooien een bal door de ring naar elkaar.
De tegenspeler probeert de bal op te vangen en onmiddellijk terug te gooien.


Pingpong

Opstelling: de pingpongtafel aan de dreef met de parking.

Materiaal: 2 pingpongballetjes en 2 -paletten

Spelers: minstens 2 spelers

Spelregels: twee spelers plaatsen zich aan beide kanten van de pingpongtafel.

Een speler start en kaatst het balletje op het vlak van de tegenspeler die de bal één keer laat botsen en dan naar de andere speelhelft terugslaat. Het doel is
zoveel als mogelijk de bal in één beweging naar elkaar te kaatsen.


Straatvoetbal

Opstelling: Baken het speelveld af door de doelen aan te duiden met kegels.
De grootte is variabel, meestal 10 op 20 m.

Materiaal: voetbal, 4 kegels als doelafbakening

Spelers: 2 of meer spelers: meestal 3 tegen 3, 4 tegen 4 of 5 tegen 5. Er is meestal geen vaste keeper. Soms verdedigt elke speler om beurt het doel.
Wisselen mag onbeperkt en doorlopend

Spelregels:
Elk spel duurt meestal 2 × 5 minuten of 1 × 10 minuten bij tornooien
Buitenspel bestaat niet in straatvoetbal
ls de bal buiten gaat, wordt hij ingetrapt of ingedribbeld vanaf de zijlijn (niet ingegooid). De tegenstander moet op minstens 2 m afstand staan
Er is vaak geen vaste keeper. In sommige varianten mag niemand de bal met de hand spelen (dus ook niet in doel). In “pleintjesvoetbal met keeper” gelden gewone voetbalregels binnen een kleine doelzone
Vrije trappen zijn indirect tenzij fout in het doelgebied.
Penalty wordt vaak genomen vanop ±6 meter
Bij ernstige fouten kan een speler even naar de kant gestuurd worden (time-out van 1 minuut) of uitgesloten bij tornooien.
Elk doelpunt telt 1 punt
De wedstrijd eindigt na de vooraf afgesproken tijd of score (bv. 3 of 5 doelpunten).


Kanjam

Opstelling: Een speelveld van ongeveer 15 meter tussen de twee tonnen. Voor jongere kinderen (8–12 jaar) volstaat 8–10 meter tussen de tonnen.

Materiaal: 4 frisbee, 2 tonnen (of groot voorwerp, zoals een emmer of stoel, blikken) indien met teams wordt gespeeld

Spelers: 2 of 2 teams van 2 spelers.

Spelregels: KanJam is een frisbeespel voor 4 spelers in 2 teams.
Elke ploeg probeert punten te scoren door een frisbee (disc) richting een grote ton (de “kan”) te gooien. Je teamgenoot probeert de frisbee in of tegen de ton te deflecteren (af te buigen).
Je kan Kanjam individueel of in teams spelen. Een gemiddeld spel duurt 5 à 10 minuten, afhankelijk van de precisie van de spelers
Gooien moet vanachter de ton gebeuren. Als de frisbee de grond raakt vóór de ton, of de speler over de lijn stapt zijn er geen punten.
Afbuigen mag met één of beide handen, maar de frisbee mag niet opgevangen of vastgehouden worden.
Je moet exact 21 punten halen. Als je erboven gaat, wordt het aantal punten van die beurt afgetrokken
Variant : Je probeert met de freesbee gewoon de ton de raken.


Rinkelbal met blinddoeken

Opstelling: De rinkelbal maakt geluid als het beweegt door de belletjes die er in zitten. Baken het speelveld af met markeerschijven. De andere spelers
zetting zich aan de boord van het speelveld zodat de bal die buiten het speelveld rolt kunnen opvangen.

Materiaal: De rinkelbal, 2 markeerschijven of -kegels als doel en een set 4 blinddoeken.

Spelers: 2 of 4 spelers per keer.

Spelregels: Na het startsignaal mogen de beide spelers zich over het speelveld bewegen en proberen zij de rinkelbal naar het doel van de tegenstrever te
rollen. De overige spelers kunnen instructies geven. De groep die de rinkelbal
tegen het markeerpunt kunnen rollen wint een punt.


Ga naar begin